Campagne - Krabbenscheer

Beschermde status Groene glazenmaker blijkt wassen neus.

Voorwoord:

De aanleiding van dit artikel is de ondergang van een populatie van de zeldzame en bedreigde libellensoort 'Groene glazenmaker' deze zomer, 2008, in de Veenkoloniën. Dat dit kon gebeuren ondanks het feit dat deze zeldzame en bedreigde libellensoort strikte bescherming geniet volgens Nederlandse en zelfs Europese wetgeving doet twijfel rijzen over de effectiviteit van deze natuurbeschermingswetten. Eerder verdween in het gebied al een grote populatie Groene glazenmakers en een kleine van de Zwarte stern die ik omstreeks 1968 in de Veenkoloniën had ontdekt op een tweetal krabbenscheervelden in twee wijken van het Kalkwijksterdiep. Deze grote populatie verdween enige jaren na zijn ontdekking al omdat er werkzaamheden aan het Kalkwijksterdiep werden verricht. De Groene glazenmaker is daar nog steeds niet teruggekeerd. In 'Brachytron' het Tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie schreef ik hierover in 2003 een artikel en een artikel over de libellen in het algemeen in de Veenkoloniën omstreeks de jaren 70 van de vorige eeuw. Dit artikel eindigde met de zin dat: 'het voortbestaan van stabiele populaties planten en dieren in cultuurgebieden niet gewaarborgd is'. Inmiddels schrijven we 2008 en is de Groene glazenmaker strikt beschermd volgens Nederlandse en zelfs Europese wetgeving. Jammer genoeg maakt dit in de praktijk niets uit. Als er aan een kanaal werkzaamheden moeten worden verricht dan gaan die werkzaamheden gewoon door: of er een populatie Groene glazenmakers zit of niet, dat maakt in de praktijk geen enkel verschil.Gezonde populatie Krabbenscheer in het deels ongerepte Westerdiepsterdalkanaal

Gezonde populatie Krabbenscheer in het deels ongerepte Westerdiepsterdalkanaal


De populatie Groene glazenmakers die in de weg zit wordt 'gewoon' verplaatst en als deze dat niet overleeft is dat jammer. Onderstaand artikel kan daarom met ongeveer de zelfde zin beëindigd worden als het artikel in 2003 over de situatie rond de jaren 70 van de vorige eeuw: 'het voortbestaan van stabiele populaties planten en dieren in cultuurgebieden is nog steeds niet gewaarborgd, ook al vallen deze onder welke natuurbeschermingswet dan ook!'

Inleiding.

Omstreeks 2002 maken diverse organisaties plannen om het Zuidlaardermeer te verbinden met het veenkoloniale vaarcircuit via het Kieldiep. De gemeente Veendam sluit zich hierbij aan met het plan om deze verbinding uit te breiden met een aansluiting van het zeilmeer Langebosch met het Kieldiep. Deze verbinding zal zoveel mogelijk gerealiseerd worden via bestaande kanalen en wijken. Over deze route gaat het in het volgende verhaal.
In de loop van 2003 worden de plannen uitgewerkt en worden de voorbereidingen gestart. Dan komt de eerste tegenslag: op het geplande tracé tussen zeilmeer Langebosch en Kieldiep wordt een wettelijk beschermde plantensoort ontdekt, nl. Drijvende waterweegbree. De geplande vaarroute wordt vervolgens in zuidelijke richting verplaatst naar een andere wijk. Daarna wordt in een ander deel van de geplande vaarroute, namelijk in het Westerdiepsterdalkanaal, een populatie van de zeldzame en beschermde, zelfs volgens Europesche regels, libellensoort Groene glazenmaker aangetroffen.
Dit is een groter probleem omdat het niet mogelijk is om de geplande vaarroute te verplaatsen naar een ander bestaand kanaal of wijk omdat deze er ter plaatse niet zijn. De gemakkelijkste en goedkoopste oplossing ter plaatse is daarom de populatie beschermde Groene glazenmaker te verplaatsen of, gemakkelijker nog, te ontkennen dat die aanwezig is. Daarmee heeft de belangrijkste partij in deze zaak, de provincie Groningen, het lot van deze populatie Groene glazenmaker bezegeld en zal de Groene glazenmaker van de geplande vaarroute moeten verdwijnen: goedschiks of kwaadschiks!

Over de Groene glazenmaker.

De Groene glazenmaker is één van de ongeveer zeventig soorten libellen die in Nederland voorkomen. De Groene glazenmaker is een vrij grote, opvallend gekleurde libel met als bijzonderheid dat het vrouwtje haar eieren uitsluitend legt in levende krabbenscheerplanten. Krabbenscheer is een waterplant die in de zomermaanden uitgestrekte aaneengesloten drijvende vegetaties kan vormen aan de wateroppervlakte. Krabbenscheer komt vooral voor in laagveengebieden en sinds kort ook weer in een paar veenkoloniale kanalen en wijken. Het feit dat de Groene glazenmaker haar eieren alleen legt in levende krabbenscheerplanten maakt haar erg kwetsbaar. Immers als er geen krabbenscheer is dan kan de Groene glazenmaker zich daar ook niet voortplanten. Het omgekeerde is niet het geval: niet elke krabbenscheervegetatie is geschikt als voortplantingsplek voor de Groene glazenmaker. De larven van de Groene glazenmaker leven in het water, vooral tussen de planten krabbenscheer, maar ze stellen hogere eisen aan het water dan de krabbenscheer. In de herfst zakken de stervende planten krabbenscheer naar de bodem en overwinteren daar. Met deze planten zakken ook de larven van de Groene glazenmaker naar de bodem om daar te overwinteren. De Groene glazenmaker overwintert tweemaal in zijn leven op de bodem van het water: éénmaal als ei en éénmaal als larve. Zowel als ei als larve heeft de Groene glazenmaker op de bodem meer zuurstof nodig als de overwinterende krabbenscheerplanten. Dat is één van de redenen dat niet bij elke vegetatie krabbenscheer ook populaties Groene glazenmakers voorkomen. De andere is dat er voldoende onbegroeid wateroppervlakte tussen de planten krabbenscheer moet zijn zodat de vrouwtjes het achterlijf tijdens het eieren leggen in water tussen de krabbenscheerbladeren kunnen dopen en niet gehinderd worden door bijvoorbeeld kroos of algenflab. Populaties Groene glazenmakers komen vooral voor bij krabbenscheer vegetaties met voldoende stroming in het water of met voldoende aanvoer van vers kwelwater. In het Westerdiepsterdalkanaal was de situatie gunstig voor de vestiging van de Groene glazenmaker door de aanwezigheid van krabbenscheer en doordat vanuit het Kieldiep steeds voldoende vers zuurstofrijk water werd aangevoerd. Landelijk gezien gaat het slecht met de Groene glazenmaker. De Groene glazenmaker is één van de weinige soorten libellen die sinds 2000 achteruit is gegaan terwijl bijna alle andere soorten libellen juist vooruit zijn gegaan. Ook in West Europa gaat het slecht met de Groene glazenmaker. De meest nabij gelegen populaties bevinden zich in Duitsland bij Bremen en Hamburg en ook met deze populaties gaat het slecht. Vanwege deze achteruitgang, die al jaren aan de gang is, is de Groene glazenmaker ook door de Europese Unie als beschermde diersoort aangewezen in de Conventie van Bern. In Nederland is deze Conventie van Bern verwerkt in de Flora en Faunawet. Volgens deze wet geniet de Groene glazenmaker strikte bescherming en is alleen bij hoge uitzondering ontheffing van de bepalingen van deze wet mogelijk. Overigens is de Nederlandse populatie van de Groene glazenmaker al als één geïsoleerde populatie op te vatten omdat er geen uitwisseling met nabij gelegen populaties mogelijk is. Uit ervaring blijkt dat geïsoleerde populaties op termijn dreigen uit te sterven door inteelt. Het was dan ook een goede zaak dat er zich in het oosten van Groningen nieuwe populaties van de Groene glazenmaker gevestigd hebben zodat er mogelijkerwijze een brug tussen de Duitse en Groningse populaties van de Groene glazenmaker geslagen kon worden waardoor de kans op verdwijnen van de Groene glazenmaker uit Nederland kan worden verkleind.

De vaarroute Kieldiep naar zeilmeer Langebosch.

Het was op verzoek van de gemeente Veendam dat er een verbinding tussen zeilmeer Langebosch en het Kieldiep tot stand zou komen. De gemeente Veendam heeft hoge verwachtingen van deze investering. Deze verbinding zou naar vele volwaardige en de nodige seizoensgebonden arbeidsplaatsen opleveren en een economische impuls geven aan de omgeving van zeilmeer Langebosch en aan de middenstand van Veendam. Jammer genoeg ontbreekt een degelijke onderbouwing van deze verwachtingen. Verder is het zo dat zeilmeer Langebosch al met het Kieldiep en daarmee met het Zuidlaardermeer en oost Gronings vaarcircuit verbonden is via het Oosterdiep in Wildervank. De nieuwe vaarverbinding is daarmee alleen een vorm van luxe waarvan het nut betwijfeld kan worden. Verder kan er voorlopig alleen maar in konvooi door de nieuwe vaarroute en het Kieldiep gevaren worden naar het Zuidlaardermeer vanwege de vele bruggen en de sluizen op de vaarroute en is het vaarseizoen maar kort: vanaf mei tot in september. Voor deze nieuw aan te leggen vaarroute wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van reeds bestaande kanalen en wijken. Een onderdeel van deze nieuwe route is het Westerdiepsterdalkanaal waarin zich inmiddels de Groene glazenmaker had gevestigd. Het was en is nog steeds mogelijk om in plaats van het Westerdiepsterdalkanaal een nieuw kanaal aan te leggen parallel aan dit kanaal. Dit kost weliswaar meer geld en iets meer landbouwgrond maar het is technisch en praktisch zondermeer goed uitvoerbaar. Een nieuw kanaal vormt ook een bijdrage aan het beschermde dorpsgezicht van Annerveensche kanaal omdat wijken en kanalen juist een essentieel onderdeel van een veenkoloniaal dorp vormen.

Het verdrijven van de Groene glazenmaker begint.

De voorbereidingen voor de aanleg van de vaarroute waren al vergevorderd toen de Groene glazenmaker in het Westerdiepsterdalkanaal werd aangetroffen. De provincie Groningen had alle vergunningen voor de ombouw van het Westerdiepsterdalkanaal tot een vaarweg al binnen en kon dus onbelemmerd beginnen met de werkzaamheden voor zover de beschermde Groene glazenmaker daar geen nadelen van zou ondervinden. Omdat libellenwaarnemers beweerden dat op de aan te leggen vaarroute de beschermde Groene glazenmaker was aangetroffen moest eerst zekerheid verkregen worden over de juistheid van deze bewering. Hiertoe werd een erkend Ecologisch bureau ingeschakeld. De ecoloog van dit bureau heeft het Westerdiepsterdalkanaal twee maal bezocht aan het eind van de vliegtijd van de Groene glazenmaker onder weersomstandigheden die ongunstig waren om Groene glazenmakers waar te nemen en verklaarde in zijn rapport dat hij geen Groene glazenmakers had waargenomen en dat hij het onwaarschijnlijk achtte dat de Groene glazenmaker zich daar voort zou planten omdat de krabbenscheer vegetatie niet voldeed aan de omschrijvingen zoals die in de literatuur vermeld zijn als geschikt voor voortplanting voor de Groene glazenmaker. Toen video opnamen die ter plaatse gemaakt waren duidelijk uitwezen dat het Ecologisch bureau slecht werk had geleverd kon de provincie Groningen niet meer om de Groene glazenmaker heen. Desondanks begon de provincie met de werkzaamheden om het Westerdiepsterdalkanaal om te bouwen tot een vaarweg. Dit ondanks het feit dat de Groene glazenmaker volledige bescherming geniet van Nederlandse en Europesche wetten. De Nederlandse flora en faunawet bepalen o.a. dat het verboden is de voortplantingsplaatsen van de beschermde soorten, waaronder de Groene glazenmaker: 'te beschadigen, te verstoren of te vernielen'. Verwacht mag worden dat vooraf wordt getoetst of werkzaamheden aan het Westerdiepsterdalkanaal schadelijk zijn voor de voortplantingsplek van de Groene glazenmaker. Opmerkelijk genoeg gebeurde dit niet!

Duikers weggehaald en zand gestort terwijl de krabbescheer nog niet verplaatst was.

Duikers weggehaald en zand gestort terwijl de krabbescheer nog niet verplaatst was.

De provincie Groningen ging onbelemmerd aan de slag, niet gehinderd door enige wetgeving met betrekking tot strikt beschermde dieren. Allereerst werd een beschoeiing aangebracht: noodzakelijk om te voorkomen dat de golfslag, die voorbijvarende motorboten veroorzaken, de oevers laat afkalven. Maar of deze beschoeiing schadelijk zou kunnen zijn voor de voortplantingsplek van de Groene glazenmaker werd niet eerst onderzocht. Verder is het aanbrengen van een beschoeiing in strijd met de belofte van de betrokken partijen die gedaan werd bij de presentatie van de plannen van de aan teleggen van de vaarroute, namelijk dat de oevers 'natuurvriendelijk' zouden worden ingericht. Een beschoeiing is per definitie natuuronvriendelijk omdat het een gezonde oevervegetatie in het water verhindert; een dergelijke vegetatie is onontbeerlijk voor tal van dieren waaronder waterjuffers. Vervolgens werd een afwateringskanaal aan weerszijden van het Westerdiepsterdalkanaal gegraven en de vrij gekomen grond werd gebruikt om een dam langs het kanaal aan te leggen. Hierdoor werd het Westerdiepsterdalkanaal afgesneden van de wijken.

 

Tegelijk werden de dammen, die het kanaal in een aantal compartimenten verdeelde, verwijderd. Ook hier werd niet eerst bekeken of deze werkzaamheden schadelijk zouden kunnen zijn voor de krabbenscheer en Groene glazenmaker. Bezwaren die bij het ministerie van LNV werden ingebracht werden steeds weggewuifd en afgedaan als 'ongegrond'. Voor de aanleg van het andere deel van de vaarroute moesten nog bomen gekapt worden die stonden langs de Kielsterachterweg. Via een rechtszaak is nog geprobeerd deze kap te verhinderen om zo de aanleg van het kanaal te verhinderen wat jammer genoeg niet gelukt is. Dit kwam mede door de verklaring van de provincie Groningen die tegenover de rechter verklaarde dat de vaarroute er hoe dan ook zou komen: hetzij door het Westerdiepsterdalkanaal hetzij via een alternatieve nieuw aan te leggen route. De voortvarendheid waarmee het Westerdiepsterdalkanaal geschikt werd gemaakt voor de scheepvaart, voordat het probleem met de Groene glazenmaker was opgelost, maakt duidelijk dat dit niet serieus genomen moet worden. Waarom zoveel (belasting)geld uitgeven aan een project als niet duidelijk is dat het ook voltooid gaat worden?

De Groene glazenmaker verwijderd.

Inmiddels was het voorjaar een eind gevorderd en dobberde velden krabbenscheer alweer in het Westerdiepsterdalkanaal. Voor de provincie begon de tijd te dringen omdat eind juni de larven van de Groene glazenmakers het water zouden verlaten om als vliegende Groene glazenmakers zich weer in het Westerdiepsterdalkanaal te gaan voortplanten. Achter de schermen werd ondertussen overlegd met het ministerie van LNV om ontheffing van de bepalingen van de Flora en Faunawet te verkrijgen met als doel de Groene glazenmaker uit het Westerdiepsterdalkanaal te verwijderen. Op vrijdag 27 juni 2008 om 17.00 uur werd deze ontheffing aan de provincie Groningen verleend met o.a. als aanvullende bepaling dat het mogelijk was binnen 6 weken na datum bezwaar tegen deze ontheffing aan te tekenen, zowel voor provincie als voor belanghebbenden. Dat klinkt mooi maar achter de schermen was de provincie Groningen al van de komst van deze ontheffing op de hoogte gebracht en had de provincie alles al in gereedheid gebracht om de Groene glazenmakers te verplaatsen.

verplaatsing Krabbescheer op 30 juni, 8.00 uur

Verplaatsing Krabbescheer op 30 juni, 8.00 uur

Maandagmorgen 30 juni 2008 werd om 8.00 begonnen met het verplaatsen van de larven van de Groene glazenmaker en om 9.30 was het karwei volgens de provincie Groningen geklaard. Hier was duidelijk sprake van een goed gecoördineerde actie van Ministerie van LNV en provincie met als doel het belanghebbende burgers, die op willen komen voor bedreigde en strikt beschermde dieren zoals de Groene glazenmaker, onmogelijk te maken bezwaar tegen deze ontheffing te maken bij de rechter. Het heeft immers weinig zin bezwaar te maken bij de rechter tegen een activiteit die al voltooid is. In de loop van de week is dit nog wel geprobeerd maar de eis om de verleende ontheffing in te trekken werd om eerder genoemde reden afgewezen. Bij deze rechtzaak verklaarden de vertegenwoordigers van de provincie Groningen nog wel zonder blikken of blozen en zonder schaamrood op hun kaken dat de opmerking bij de eerdere rechtzaak, inzake het kappen van de bomen, dat het kanaal eventueel via een ander tracé zou kunnen worden aangelegd alleen 'bij wijze van spreken was en niet echt serieus bedoeld was! Later werd tijdens een vergadering van de Provinciale Staten deze uitspraak nog eens herhaald! De volgende dag al werd het Westerdiepsterdalkanaal uitgebaggerd waarmee dit deel van de vaarroute zo goed als gereed is.

Over 'Waarden en Normen' gesproken.

Het is zeer opmerkelijk dat een ministerie van een kabinet dat de mond vol heeft over 'Waarden en Normen' aan een dergelijke actie meedoet. Het Ministerie van LNV heeft o.a. als taak de natuur te beschermen en er op toe te zien dat Flora en Faunawet goed wordt nageleefd en dat bedreigde dieren zoals de Groene glazenmaker inderdaad volledig beschermd worden. Door aan deze actie mee te doen, ja zelfs de provincie ontheffing te verlenen betreffende de Flora en Faunawet, maakt het ministerie van LNV duidelijk dat bescherming betreffende de Flora en Faunawet een wassen neus is en dat ze zelfs Europese natuurbeschermingsregels aan haar laars lapt.

Over de verleende ontheffing.

In de verleende ontheffing gaat het ministerie ook in op de vraag of er sprake is van 'groot belang '. Immers een ontheffing van de bepalingen van de Flora en Faunawet kan alleen worden verleend als er sprake is van een 'groot belang '. Hierbij gaat het ministerie alleen uit van wat de aanvrager van de ontheffing inbrengt en toets het ministerie zelf niet nog eens, of laat ze dit door een onafhankelijke derde toetsen, of het beweerde wel klopt. Aangezien de gemeente Veendam deze vaarverbinding graag wil heeft deze de economische voordelen breed uitgemeten zonder met een degelijke onderbouwing te komen. De provincie Groningen heeft als medebelanghebbende het ook niet noodzakelijk gevonden deze berekeningen nog eens op juistheid te controleren. Ook het ministerie van LNV vond het dus niet noodzakelijk nog eens te controleren of er inderdaad sprake was van een 'groot belang ' en geloofde de provincie Groningen en de gemeente Veendam op haar woord. Ook het alternatief, het kanaal ergens op het Kieldiep te laten aansluiten, was voor het ministerie van LNV kennelijk geen goede optie. Het voorstel van de provincie Groningen om de Groene glazenmaker te verplaatsen naar 'een nieuw in te richten gebied ' leek ook het ministerie van LNV een goed idee. Het is overigens de vraag of het ministerie van LNV wel begreep wat hieronder door de provincie Groningen werd verstaan. In de praktijk bleek dat 'het nieuw in te richten gebied ' een wijk van het Westerdiepsterdalkanaal was waarin nog nooit krabbenscheer was waargenomen omdat de waterkwaliteit ter plekke niet geschikt was voor de krabbenscheer. Deze plek was namelijk het verst gelegen van de inlaat van vers water uit het Kieldiep waardoor er in deze wijk geen menging van water uit de wijk op kan treden met vers water uit het Kieldiep. Dit was de medewerkers van het Ecologisch bureau ook al opgevallen, want in hun rapport schrijven ze al dat er aan het eind van het Westerdiepsterdal-kanaal geen krabbenscheer voorkomt en dat de kwaliteit van de planten krabbenscheer vanaf het Kieldiep naar het eind van het kanaal duidelijk langzaam maar zeker afneemt. Het is dan ook zeer opmerkelijk dat de provincie Groningen deze plek aanwijst als nieuwe voortplantingsplek voor de Groene glazenmaker.

 

In artikel 9. werd bepaald: 'Het verplaatsen van de larven van de Groene glazenmaker moest volgens de ontheffing gebeuren door de krabbenscheerplanten voorzichtig uit het water te tillen en over te brengen naar “het nieuw in te richten gebied '. Volgens de toelichting van de ontheffing was deze plek gelegen in het zelfde kanaal ( 'dus met dezelfde waterkwaliteit en andere waarden die van invloed kunnen zijn op de aanwezigheid van de krabbenscheer '). Verder werd bepaald in artikel 11 dat: 'dit deel van het kanaal voor de pleziervaart moest worden afgesloten door bv. een balk '. Het was het ministerie van LNV duidelijk ontgaan dat de wijk in het geheel was afgesloten van het Westerdiepsterdalkanaal door middel van een dam, een dijk en een parallelsloot.

waterinlaat voor de nieuwe locatie

Waterinlaat voor de nieuwe locatie

En in tegenstelling wat de provincie Groningen ten overstaan van de rechtbank in Groningen verklaarde tijdens de behandeling van het beroep tegen deze ontheffingen is deze wijk niet met het Westerdiepsterdalkanaal verbonden maar alleen met de parallelsloot.

detail van de inlaat

Detail van de inlaat

De veronderstelling dat de kwaliteit van het water in de wijk dezelfde zou zijn als die in het kanaal is dus onjuist. Verder was bepaald in artikel 10 'voordat de werkzaamheden zullen plaatsvinden, dient alle krabbenscheer verplaatst te zijn naar de geschikte locatie '. Uit waarnemingen die zijn gedaan na het verplaatsen van de planten krabbenscheer is gebleken dat slechts een deel van de planten, waarschijnlijk zelfs minder dan de helft en hooguit maar een kwart, door de provincie Groningen is verplaatst. Dit blijkt ook uit de hoeveelheid krabbenscheer die is aangetroffen op 'de geschikte locatie '. Deze hoeveelheid is gering en is maar een fractie van de hoeveelheid planten krabbenscheer die eerder dat jaar werd waargenomen in het Westerdiepsterdalkanaal. Hooguit bedekt de verplaatste krabbenscheer een oppervlakte van ongeveer 80m2; deze oppervlakte is waarschijnlijk te gering voor de Groene glazenmaker om als voortplantingsplek te dienen. In het rapport van het Ecologisch bureau wordt hiervoor namelijk aangegeven: 'als richtlijn kan een oppervlakte van 100 – 150m2 krabbenscheer worden aangehouden '. Tenslotte dient volgens artikel 12 van de verleende ontheffing: 'het beheer van het deel van het kanaal waarin krabbenscheer is overgezet, te zijn gericht op de instandhouding van de krabbenscheer en de groene glazenmaker. ' Dit lijkt een onmogelijke opgave omdat de waterkwaliteit in dat deel van het kanaal ongeschikt lijkt voor zowel de Groene glazenmaker als krabbenscheer.

algenflab

Algenflab op de nieuwe locatie


In de overige bepalingen is nog opgenomen dat volgens artikel 14: 'de vergunning kan worden ingetrokken, indien blijkt dat de ontheffinghouder zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden '. Uit bovenstaand verhaal blijkt overduidelijk dat er alle reden is om de vergunning in te trekken. Het is immers de bedoeling van de vergunning om de populatie Groene glazenmakers en de krabbenscheer vegetatie over te zetten naar een nieuwe geschikte plek waar ze zich opnieuw langdurig kunnen vestigen. De ontheffinghouder, zijnde de provincie Groningen, heeft niet voldaan aan de specifieke voorwaarden die het ministerie van LNV verbonden heeft aan de verleende ontheffing en kan er ook niet aan voldoen in de toekomst omdat de plek nu eenmaal ongeschikt is voor een gezonde krabbenscheervegetatie en een gezonde populatie Groene glazenmaker. Overigens had dit van te voren aan alle betrokken ook al duidelijk moeten zijn want als de nieuwe locatie geschikt was geweest voor zowel krabbenscheer als Groene glazenmaker dan hadden deze zich daar al geruime tijd geleden gevestigd. Uit het feit dat beiden daar niet voorkwamen had betrokkenen al lang duidelijk moeten worden dat de nieuwe locatie voor zowel krabbenscheer als Groene glazenmaker ongeschikt was en dat verhuizen van beide naar die nieuwe locatie in feite neerkomt op vernietiging van zowel de krabbenscheer als Groene glazenmaker. Dat het Ministerie van LNV in de specifieke voorwaarden dan ook als artikel 12 opneemt dat: 'het beheer van het deel van het kanaal waarin krabbenscheer is overgezet, dient gericht te zijn op de instandhouding van de krabbenscheer en de Groene glazenmaker ' wijst erop dat het Ministerie denkt dat een habitat maakbaar is. De praktijk wijst evenwel uit dat dit niet zo is. Ook Natuurmonumenten heeft dit onlangs nog verklaard in haar tijdschrift Van Nature: 'de Vereniging maakt daarbij wel de kanttekening dat habitattypes niet maakbaar en verplaatsbaar zijn '.
Overigens is het opmerkelijk dat de provincie zoveel haast heeft gemaakt bij het verwijderen van de krabbenscheer en de Groene glazenmaker. Daar was helemaal geen reden voor want er wordt nog gewerkt aan een brug over de vaarroute die op zijn vroegst in december 2008 klaar is. Verder moet het bestemmingsplan van het kanaal nog worden veranderd van 'agrarisch ' naar 'recreatief '. Vooral de laatste procedure kan nog wel tijd kosten en zolang zou er van de vaarroute geen gebruik kunnen worden gemaakt. Gelet op de snelheid waarmee het kanaal is voorzien van een beschoeiing, de dammen verwijderd zijn, de krabbenscheer en de larven van de Groene glazenmaker zijn verwijderd en het kanaal is uitgebaggerd (deze werkzaamheden hebben ongeveer twee weken in beslag genomen) hadden deze werkzaamheden zonder probleem uitgesteld kunnen worden tot na het moment waarop alle procedures en voorbereidende werkzaamheden waren afgewerkt. Dan was er voldoende tijd geweest om met alle betrokken partijen om tafel te gaan zitten en te werken aan een goede oplossing voor de Groene glazenmaker, een oplossing die recht doet aan de beschermde status van deze bedreigde libellen soort.

En nu?

Inmiddels, eind augustus 2008, is duidelijk dat de krabbenscheer op de nieuwe locatie wegkwijnt en niet levensvatbaar is. Groene glazenmakers zijn deze zomer ter plekke evenmin waargenomen. Jammer genoeg gaat de ontheffing die verleend is aan de provincie Groningen niet in op de vraag wat er moet gebeuren als de overplaatsing van krabbenscheer en Groene glazenmaker op een mislukking uitdraait. Het lijkt er evenwel op dat het Ministerie wel rekening met deze mogelijkheid heeft gehouden en zich van te voren al heeft ingedekt tegen een mogelijke mislukking. In de toelichting van de verleende ontheffing wordt namelijk opeens onderscheid gemaakt tussen een 'kernpopulatie, die geen effect zal ondervinden van de werkzaamheden ' (deze kernpopulatie bevindt zich volgens het ministerie van LNV namelijk bij de Dalweg in Wildervank, op een afstand van ongeveer 5 km) en deze 'deelpopulatie '. Hoewel de tekst dan verder gaat over de aanvullende maatregelen die genomen moeten worden om deze 'deelpopulatie ' in stand te houden lijkt deze formulering erop ' verdwijnt maar dat ze dat niet erg vindt omdat de “kernpopulatie” wel in stand blijft. Een creatieve oplossing van het probleem: 'hoe verkondig ik slecht nieuws '! Overigens wordt in de Conventie van Bern, waarop de Flora en Fauna wet is gebaseerd ' en 'deelpopulatie ' niet gemaakt. Beide wetten eisen dat alle populaties van de Groene glazenmaker volledig beschermd worden.
Overigens floreert de achtergebleven krabbenscheer in het Westerdiepsterdalkanaal en als dit kanaal verder met rust gelaten wordt zal de Groene glazenmaker er ongetwijfeld terugkeren. Het lijkt dus nog niet te laat te zijn voor de Groene glazenmaker en er is nog tijd om de vaarverbinding tussen Kieldiep en zeilmeer Langebosch via een ander tracé met elkaar te verbinden.

Conclusie:

ondanks het feit dat de zeldzame en bedreigde libellensoort Groene glazenmaker volledige bescherming dient te genieten volgens zowel Europese als Nederlandse wetgeving is het voortbestaan van gezonde populaties in cultuurgebieden niet gewaarborgd omdat het ministerie van LNV zijn verplichting om de wet uit te voeren niet serieus neemt.

Namens PPB: Gerard Dutmer