DE GROENE GLAZENMAKER


Het leven van de Groene glazenmaker.
Herkenning: de Groene glazenmaker is een opvallende en vrij grote libel. Het mannetje en vrouwtje zijn verschillend gekleurd. Zie onderstaande afbeeldingen. Links: man Rechts: vrouw


Het leven van de Groene glazenmaker begint als eitje dat in de zomer onder water is gelegd in een blad van een Krabbenscheer plant. Deze eieren overwinteren en pas in het voorjaar van het volgend jaar komen uit deze eieren de larfjes van de Groene glazenmaker. Deze larven voeden zich met allerlei kleine dieren die in het water leven zoals watervlooien, larven van haften en muggenlarven. De larven groeien langzaam en vervellen in totaal twaalf keer. Ze overwinteren nog een keer als larf in het water. In de volgende zomer verlaten de larven het water en klimmen ze op allerlei plantendelen die boven het water uitsteken en dat zijn meestal bladeren van een Krabbenscheer plant. Daar vervellen ze tot de vliegvaardige Groene glazenmakers die in de loop van de dag van het water wegvliegen en zich verspreiden over de omgeving. Na dit zogenaamde “uitsluipen” zijn het lichaam en de vleugels nog zacht en vliegen ze nog maar slecht. Op hun beurt zijn deze jonge Groene glazenmakers een gemakkelijke prooi voor allerlei andere dieren, vooral voor vogels en spinnen. De eerste twee weken houden ze zich vooral op bij beschutte en warme plaatsen waar het lichaam en de vleugels verder uitharden en uitkleuren en waarbij ze volwassen worden. Dan keren ze naar het water terug om zich voort te planten waarna ze vrij spoedig sterven. De vliegtijd van de Groene glazenmaker is vrij kort: vanaf half juni tot in oktober. De grootste aantallen vliegen tussen half juli en eind augustus. De levenswijze van mannetje en vrouwtje Groene glazenmaker zijn erg verschillend en worden hieronder apart besproken.










Levenswijze van het mannetje van de Groene glazenmaker.
Nadat de mannetjes volwassen zijn geworden keren ze naar het water terug. De mannetjes van de Groene glazenmaker vliegen al rond zonsopkomst, vaak nog met bedauwde vleugels, over de Krabbenscheerplanten en langs de oevervegetatie, op zoek naar vrouwtjes die daar de nacht doorgebracht hebben. Vindt een mannetje een vrouwtje dan paren ze. Deze vroege ochtend paring is uniek in de Nederlandse libellen wereld! De mannetjes van de Groene glazenmaker zijn in staat zichzelf op te warmen door hun vleugels in een zeer snelle trilling te brengen en ze kunnen zo, zonder door de zon opgewarmd te zijn, al in de vroege ochtend op de vleugels. Na deze vroege ochtend activiteit rusten ze weer tot ongeveer 9.00 uur. Vanaf 9.00 uur worden de mannetjes van de Groene glazenmaker weer actief; ze patrouilleren boven de Krabbenscheer velden waar ze insecten vangen en opeten en met andere mannetjes kibbelen. De grootste aantallen zijn tussen 12.00 en 16.00 uur bij het water, daarna nemen de aantallen weer af tot 18.00 uur. Tussen 18.00 en zonsondergang zijn er nauwelijks actieve mannetjes bij het water. Rond zonsondergang verschijnen de Groene glazenmakers, zowel mannetjes als vrouwtjes, weer bij het water waar ze boven de Krabbenscheervelden en bij struiken en bomen langs het water jagen op allerlei kleine vliegende insecten. De aantallen kunnen zo groot zijn dat de dieren elkaar in de avondschemering met hun vleugels raken! Ongeveer dertig minuten na zonsondergang verdwijnen ze weer. Zo plotseling als ze opdoken, zo plotseling verdwijnen ze ook weer in het donker, ineens, vrijwel allemaal tegelijk, zijn ze weer verdwenen. De nacht brengen ze ergens in de omgeving door. Ook deze spectaculaire, massale, vluchten in de avondschemering van de Groene glazenmaker zijn volstrekt uniek in de Nederlandse libellenwereld! Een deel van mannetjes en vrouwtjes brengen een groot deel van de dag door rustend in de vegetatie in de omgeving. Wanneer ze daar gestoord worden vliegen ze even op om direct weer in de vegetatie neer te strijken. Wanneer deze rustende exemplaren voorzichtig benaderd worden laten ze zich zelfs vanaf zeer korte afstand bekijken. Rond zonsondergang verschijnen ze weer bij het water om te jagen op allerlei kleine vliegende insecten, zoals hierboven beschreven is.
Levenswijze van het vrouwtje van de Groene glazenmaker.
De vrouwtjes van de Groene glazenmaker verschijnen pas omstreeks 14.00 uur bij het water en beginnen daar met het leggen van de eieren in de bladeren van de Krabbenscheer. Hiermee gaan ze door tot omstreeks 17.00 uur. Door hun groene kleur vallen ze nauwelijks op en hun aanwezigheid verraden ze meer door het geritsel van hun vleugels tegen de bladeren van de Krabbenscheer dan dat ze zich laten zien! Vanaf 16.00 uur worden ze minder actief en zijn er steeds minder eileggende vrouwtjes Groene glazenmaker bij de Krabbenscheer vegetaties te zien. De vleugels van de Groene glazenmakers zijn opvallend kort vergeleken met die van andere soorten glazenmakers: een mooie aanpassing aan de levenswijze van de vrouwtjes die moeten afdalen in de bladrozetten van de Krabbenscheer. Ondanks het feit dat de vleugels vrij kort zijn raken deze tijdens het leggen van de eieren toch beschadigd en zijn oudere vrouwtjes gemakkelijk te herkennen aan de gerafelde achterrand van hun vleugels.
Verspreiding van de Groene glazenmaker.

In Nederland komt de Groene glazenmaker vooral voor in de laagveen gebieden van Noord West Overijssel, Friesland, Utrecht, Noord- en Zuid Holland, het Wester kwartier van de provincie Groningen en het aangrenzende deel van Drenthe en in de Gronings – Drentse Veenkoloniën. Voor 1990 kwam de Groene glazenmaker ook nog voor in Noord-Brabant en langs de grote rivieren.



Groene glazenmaker: verspreiding in Nederland (rode vlekjes) tot en met 2014. Ontleend aan de website: www.waarneming.nl


Hoe groot de aantallen precies zijn is niet bekend maar de Groene glazenmaker gaat in Nederland nog steeds achteruit, dit in tegenstelling tot bijna alle andere in Nederland voorkomende libellen soorten die gelijk blijven of zelfs vooruitgaan.

Zie onderstaande grafiek:


grafiek Groene glazenmaker: trend 1999 – 2007. Voor het beginjaar 1999 is de index gesteld op 100.        Tekening ontleend aan de Vlinderstichting.


De oorzaak van deze achteruitgang is de achteruitgang van de enige plant waarin de Groene glazenmaker haar eieren legt: Krabbenscheer. Door de grote watervervuiling in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw is de Krabbenscheer in Nederland, maar ook in andere landen van West Europa, hard achteruitgegaan en op veel plaatsen helemaal verdwenen. Inmiddels is de kwaliteit van het oppervlaktewater op veel plaatsen flink verbeterd en gaat het weer beter met de Krabbenscheer, maar nog niet met de Groene glazenmaker.

Bedreigingen voor Krabbenscheer
en Groene glazenmaker.
Hierbij een overzicht van bedreigingen voor populaties Krabbenscheer en Groene glazenmaker, zoals die gebaseerd zijn op eigen veldwaarnemingen in de Veenkoloniën van de provincies Groningen en Drenthe.
Voor Krabbenscheer:

1. De mens, die velden Krabbenscheer voor zijn voordeur niet mooi vindt en deze laat verwijderen door de beheerder, meestal de gemeente of het waterschap.
2. De mens, die in zijn drang om watergangen schoon en strak te houden gemakshalve maar alles uit het water verwijderd, beschermd of niet.
3. De mens, die de kwaliteit van het oppervlakte water verandert, waardoor Krabbenscheerplanten verdwijnen.
4. De mens, die watergangen uitbaggert met als gevolg dat deze te diep worden voor Krabbenscheerplanten, waardoor deze blijvend verdwijnen.
5. Meerkoeten die de toppen van de bladeren van Krabbenscheer opeten en zo beschadigen dat deze afsterven of zelfs de hele plant laten afsterven. Ook gebruiken Meerkoeten de bladeren van Krabbenscheer om nesten mee te bouwen.
6. Muskusrat en / of Bisamrat, die als vegetariërs Krabbenscheerplanten op hun menu hebben staan.

7. Grote waternavel, die in korte tijd Krabbenscheervegetaties geheel kan overdekken en zo ongeschikt kan maken voor Groene glazenmaker.

Voor Groene glazenmaker:
1. Paardenbijter mannetjes, die vrouwtjes Groene glazenmakers hinderen bij het leggen van eieren in Krabbenscheer.

GEDETAILLEERDE BIOTOOPEISEN VAN DE GROENE GLAZENMAKER