Het leven van de Groene glazenmaker.
(zie ook: Krabbenscheer en Groene Glazenmaker)
Voor recente foto's in het gebied Kielwindeweer zie Waarnemingen
De Groene glazenmaker is een bijzondere libel. Niet alleen omdat de Groene glazenmaker een beschermde inheemse diersoort is volgens de Natuurbeschermingswet en op de Rode lijst van bedreigde dieren staat als 'ernstig bedreigd', maar ook door zijn gedrag dat nogal afwijkt van dat van andere libellen. Het leven van de Groene glazenmaker begint als ei. Het vrouwtje van de Groene glazenmaker legt haar eieren uitsluitend in de ondergedoken bladeren van de Krabbenscheer of Wateraloë(Stratiotes aloides). Dit feit alleen al maakt de Groene glazenmaker tot een unieke libellen soort want de Groene glazenmaker is de enige van de libellen die haar eieren alleen maar in de levende bladeren van één plantensoort legt.

Deze eieren overwinteren en pas in het voorjaar komen uit deze eieren de larven. Deze larven leven twee jaar in het water en daarin vooral tussen de bladeren van de Krabbenscheer. Tussen deze bladeren zijn ze redelijk veilig voor vijanden en ze vinden er voldoende voedsel om zich binnen twee, soms tot drie, jaar te ontwikkelen tot volgroeide libellenlarven. In de winter zakken de Krabbenscheer planten naar de bodem en daarmee ook de eieren in de bladeren en de libellenlarven die tussen de bladeren van deze planten leven. Dit is een gevaarlijke periode voor de larven want het water op de bodem is door de grote hoeveelheid verterende waterplanten snel te arm aan zuurstof. Enige stroming in het water door kwel of natuurlijke stroming is van essentieel belang voor het overleven van deze larven.

De volgroeide larven vervellen vanaf de maand juni tot de vliegende libellen. In de avondschemering en nacht kruipen ze uit het water en zoeken op de bladeren van de Krabbenscheer of op de oevervegetatie een goede plek om te vervellen tot de Groene glazenmaker. Het lichaam van deze pas uitgeslopen libellen is nog week en zacht en ze kunnen dan nog maar slecht vliegen. Daarom is het bij het water nog veel te gevaarlijk voor ze. Zo vroeg mogelijk in de ochtend vliegen ze daarom van het water weg naar een beschutte warme plek om daar verder uit te rijpen en geslachtsrijp te worden. Na een dag of tien zijn ze volgroeid, volledig uitgekleurd en geslachtsrijp en dan keren ze naar het water terug.

Foto: Herman de Heer.
Het leven van de meeste andere libellen verloopt in het kort dan als volgt: de mannetjes brengen het grootste deel van de dag bij het water door. In de loop van de ochtend verschijnen ze bij het water, ze eten daar, kibbelen met andere mannetjes en kijken uit naar de vrouwtjes. Als ze een vrouwtje zien paren ze met haar en vervolgens legt het vrouwtje de eieren, al naar de soort: op het water oppervlak, in afgestorven plantendelen of in vochtige bodem. De vrouwtjes worden maar zelden bij het water waargenomen; deze brengen het grootste deel van de dag elders door, vaak op beschutte en warme plekken in de omgeving.

Foto: Herman de Heer.
Uniek leven
Het leven van de Groene glazenmaker verloopt heel anders en is volledig uniek voor de Nederlandse libellen! De mannetjes van de Groene glazenmaker vliegen al rond zonsopkomst, met bedauwde vleugels, over de Krabbenscheerplanten en langs de oevervegetatie, op zoek naar vrouwtjes die daar de nacht doorgebracht hebben. Vindt een mannetje een vrouwtje dan paren ze. Deze vroege ochtend paring is volstrekt uniek in de Nederlandse libellen wereld! De mannetjes van de Groene glazenmaker zijn in staat zichzelf op te warmen door hun vleugels in een zeer snelle trilling te brengen en ze kunnen zo, zonder door de zon opgewarmd te zijn, al in de vroege ochtend op de vleugels. Na deze vroege ochtend activiteit rusten ze weer tot ongeveer 9.00 uur. Rond 9.00 worden de mannetjes van de Groene glazenmaker weer actief; ze patrouilleren boven de Krabbenscheer velden waar ze insecten vangen en opeten en met andere mannetjes kibbelen. De grootste aantallen mannetjes zijn tussen 12.00 en 15.00 uur bij het water daarna nemen de aantallen weer af tot 18.00 uur. Tussen 18.00 en zonsondergang zijn er nauwelijks actieve mannetjes bij het water. Na zonsondergang, zo tussen tien en dertig minuten na zonsondergang, verschijnen de Groene glazenmakers, zowel mannetjes als vrouwtjes, plotseling, binnen een paar minuten allemaal tegelijk, als uit het niets, massaal bij het water waar ze boven de Krabbenscheervelden jagen op allerlei kleine vliegende insecten. De aantallen kunnen zo groot zijn dat de dieren elkaar in de avondschemering met hun vleugels raken! Zo plotseling als ze opdoken, zo plotseling verdwijnen ze ook weer in het donker, ineens, vrijwel allemaal tegelijk, zijn ze weer verdwenen. De nacht brengen ze ergens in de omgeving door. Ook deze spectaculaire, massale, vluchten in de avondschemering van de Groene glazenmaker zijn volstrekt uniek in de libellenwereld! De vrouwtjes van de Groene glazenmaker verschijnen pas omstreeks 11.00 uur bij het water en beginnen daar met het leggen van de eieren in de bladeren van de Krabbenscheer.
Hier het vrouwtje) dat een ei legt in de rozet van de Krabbescheer. (Uit DVD over Libellen in Nederland. Film: Weia Reinboud en Tieneke de Groot).
Hiermee gaan ze door tot omstreeks 16.00 uur. Hierbij vallen ze nauwelijks op; hun aanwezigheid verraden ze meer door het geritsel van hun vleugels tegen de bladeren van de Krabbenscheer dan dat ze zich laten zien! Vanaf 16.00 uur worden ze minder actief en dat gaat zo door tot ongeveer 19.00 uur. Tijdens het leggen van de eieren hebben ze dus tussen 15.00 en 19.00 uur weinig last van de mannetjes. De vleugels van de Groene glazenmakers zijn opvallend kort vergeleken met die van andere soorten glazenmakers: een mooie aanpassing aan de levenswijze van de vrouwtjes die moeten afdalen in de bladrozetten van de Krabbenscheer.

Foto: Herman de Heer.
Ondanks het feit dat de vleugels vrij kort zijn raken deze tijdens het leggen van de eieren toch beschadigd en zijn oudere vrouwtjes gemakkelijk te herkennen aan de gerafelde achterrand van hun vleugels. Overigens worden rondzwervende mannetjes van de Groene glazenmaker overdag ook wel ver van het water waargenomen bijvoorbeeld in de bebouwde kom van Veendam en Wildervank. Een deel van de vrouwtjes brengen een groot deel van de dag door rustend in de vegetatie in de omgeving. Wanneer ze daar gestoord worden vliegen ze even op om direct weer in de vegetatie neer te strijken. Als deze rustende exemplaren voorzichtig benaderd worden laten ze zich zelfs vanaf zeer korte afstand bekijken. Na de paring en het leggen van de eieren leven de Groene glazenmakers nog een paar weken. De vliegtijd van de Groene glazenmaker is vrij kort: vanaf eind juni tot eind september. De grootste aantallen vliegen in augustus.
Verspreiding van de Groene glazenmaker:
In Nederland komt de Groene glazenmaker vooral voor in de laagveen gebieden van Noord west Overijssel, Friesland, Utrecht, Noord- en Zuid Holland en in het Westerkwartier van de provincie Groningen. Hoeveel precies is niet bekend maar de geschatte aantallen waren als volgt: Utrecht, Noord- en Zuid Holland: 1000, Noord West Overijssel: 1000, Friesland: 1000, Groningen: gg artikel 3000, Westerkwartier: 3000. Nu zijn daar dan de Veenkoloniën bij gekomen, maar om hoeveel dieren het hier gaat is nog onbekend; in elk geval om vele honderden. Maar of ze de kans krijgen hier te overleven is nog onduidelijk! Of, en in welke mate, er uitwisseling plaats vindt tussen de populaties in het plassengebied van Utrecht en Holland met die van de Weerribben en de rest van Friesland en Groningen is onduidelijk Voor 1990 kwam de Groene glazenmaker ook nog voor in Noord-Brabant en langs de grote rivieren. Het areaal van de Groene glazenmaker strekt zich uit van Nederland oostwaarts tot ongeveer Novosibirsk in het West-Siberisch laagland. De noordgrens ligt ongeveer op de 60e breedte graad. In Europa de Groene glazenmaker overal zeldzaam en beperkt tot enkele geÏsoleerde populaties. De grootste aantallen komen voor in Noordoost Europa. In Nederland bereikt de Groene glazenmaker de westgrens van zijn verspreiding. In Duitsland komt de Groene glazenmaker vooral voor rond Bremen en Hamburg. De populaties daar zijn klein en bedreigd. De nieuwe populaties in de Veenkoloniën vormen een zeer gewenste uitbreiding in oostelijke richting van de reeds bestaande populaties die hun zwaartepunt meer in West Nederland hebben. Deze nieuwe populaties zouden de eerste aanzet kunnen zijn tot een brug tussen de geisoleerde Nederlandse populaties in het westen en de, nu nog, geïsoleerde populaties in Duitsland, bij Bremen en Hamburg. Hoe groter het leefgebied van een populatie, hoe groter de kans op overleven op lange termijn is. Kleine, geïsoleerde, populaties hebben op langere termijn over het algemeen weinig of geen overlevingskans. Alleen al daarom is het voortbestaan van de Veenkoloniale populatie van de Groene glazenmaker, die de aanzet tot een brug met de geÏsoleerde Duitse populatie zou kunnen zijn, van extra groot belang!Voor recente foto's in het gebied Kielwindeweer zie Waarnemingen

Film: Weia Reinboud en Tieneke de Groot.
U kunt deze dvd bestellen.
http://www.at-a-lanta.nl/odonmap/dvd.html ggflash